Een auto die je al jaren hebt, ken je door en door. Zo goed zelfs dat je hem niet meer ziet. Het tikje bij het wegrijden is gewoon “het geluid van de auto”, en het lampje op het dashboard zit er al zo lang dat het bij het meubilair hoort.
Dat is menselijk. Je brein filtert alles weg wat elke dag hetzelfde is. Wil je weten hoe je auto er echt voor staat, bijvoorbeeld omdat je overweegt hem te verkopen, dan moet je hem eens met andere ogen bekijken. Hieronder lees je hoe je dat doet.
Een auto al jaren: wat je oor allang heeft opgegeven
Begin met geluid, want daar went iedereen het snelst aan. Een zacht gebrom dat in een bocht ontstaat, een tik bij het stuurwiel draaien, een piepje bij het remmen op een natte ochtend: na een paar maanden hoor je het niet meer. Je passagiers wel.
Zet de radio uit en rij een rondje door een rustige straat. Doe de ramen eens open en dicht. Draai het stuur van links naar rechts terwijl je stilstaat. Rem rustig af vanaf een lage snelheid. Luister naar wat er gebeurt en noteer elk geluid dat je niet kunt verklaren, ook als je denkt dat het er altijd al was.
Let ook op trillingen. Voel je iets in het stuur, in het pedaal of in de stoel, dan is dat informatie. Je hoeft niet te weten wat de oorzaak is. Je hoeft alleen te kunnen vertellen dat het er is en wanneer het optreedt.
Wat je neus en ogen negeren
Een auto ruikt naar de mensen die erin zitten. De hond, de sportkleding, het broodje dat vorige maand onder de stoel is beland: voor jou is het de geur van thuis. Voor een ander is het een geur die opvalt. Maak je auto leeg en laat hem een uur met de deuren open staan, stap dan weer in en let op wat je als eerste ruikt. Een muffe lucht kan wijzen op vocht in de bekleding of op een verstopt afvoergaatje. Een zoete geur uit de motorruimte is zelden iets om te negeren.
Kijk daarna naar de plekken die je het vaakst aanraakt:
- het stuur, op de plek waar je handen al jaren liggen
- de bestuurdersstoel, vooral de zijwang bij het instappen
- de pook of keuzehendel en de knoppen eromheen
- de mat onder je rechtervoet
- de rand van het portier waar je telkens je tas neerzet
Slijtage hier komt langzaam en valt daarom niet op. Een glad geworden stuur of een doorgesleten matje zegt iets over hoe de auto gebruikt is. Het is geen schande, het hoort bij een auto die gereden wordt. Wel is het goed om te weten wat je ziet, voordat iemand anders het ziet.
Het lampje dat je al lang ziet branden
Misschien het lastigste: de waarschuwing die je hebt leren negeren. Een lampje dat sinds de laatste winter brandt, is geen onderdeel van het dashboard geworden. Het blijft een melding van de auto zelf.
Zoek in het instructieboekje op wat het symbool betekent. Soms is het onschuldig, zoals een sensor die om een kleine reden zeurt. Soms staat er iets achter dat je niet wilt laten liggen. Het verschil weet je pas als je het hebt opgezocht of laten uitlezen. Ben je dat niet van plan, schrijf het dan in elk geval op. Dan weet je wat je over de auto zegt als iemand ernaar vraagt.
Daarmee zijn we bij het eigenlijke punt. Het gaat er niet om dat je alles oplost. Het gaat erom dat je de auto kunt beschrijven zoals hij is, niet zoals je hem in je hoofd hebt.
Laat iemand anders meekijken
Je eigen blik wordt nooit helemaal fris, hoe goed je ook je best doet. Daarom helpt het om iemand mee te nemen. Een vriend, je zus, een collega die toevallig verstand van auto’s heeft. Of gewoon iemand die niets van auto’s weet en eerlijk zegt wat hem opvalt.
Vraag hem of haar om een rondje mee te rijden, zonder uitleg vooraf. Zeg niet “let op dat geluid”, want dan gaat het precies daarom. Laat de ander zelf iets opmerken. Loop daarna samen om de auto heen, bij daglicht, en laat hem of haar een paar minuten rustig kijken en voelen.
Stel twee vragen en meer niet. Wat valt je op? En: zou je er zelf in willen rijden? Antwoorden als “tja, gewoon een auto” zijn ook prima. Dan weet je dat er geen grote verrassing wacht.
Pas op voor de geruststellers. Een buurman die zegt dat het allemaal wel meevalt, helpt je niet verder. Je zoekt iemand die durft te zeggen wat hij ziet.
Wat je met je bevindingen doet
Schrijf alles op, ook de kleine dingen. Je hebt dan een eerlijk overzicht in handen, en dat is zowel nuttig als je blijft rijden als wanneer je gaat verkopen. Voor sommige punten ga je naar de garage. Andere laat je gewoon zo, omdat je er prima mee rijdt.
Twijfel je tussen doorrijden en verkopen, dan is dit lijstje een goede eerste stap. Staat er niets zorgwekkends op, dan kun je de auto gerust nog een tijd houden. Staat er een rij dingen die steeds meer aandacht vragen, dan weet je dat er een moment komt waarop het voordeliger of rustiger is om af te rekenen.
Besluit je dat de auto weg mag, dan kun je vandaag nog een bod aanvragen. Vrijblijvend, en je beslist zelf. Met je lijstje bij de hand vul je de gegevens in één keer in.
Heb je vragen over hoe het aanvragen werkt, kijk dan bij de veelgestelde vragen.
Veelgestelde vragen
Moet ik alles repareren voordat ik mijn auto verkoop?
Nee. Repareren is niet altijd verstandig, zeker niet als de kosten hoger uitvallen dan het verschil in waarde. Wel helpt het om te weten wat er is, zodat je het eerlijk kunt vertellen. Over een klein mankement dat je noemt, praat je makkelijker dan over een verrassing.
Wat als ik een geluid hoor maar niet weet wat het is?
Beschrijf het zo precies mogelijk: wanneer het optreedt, bij welke snelheid en of het verandert als je stuurt of remt. Een garage kan er veel mee. Een opname met je telefoon, vanaf de passagiersstoel gemaakt, is soms nog handiger.
Is een brandend lampje altijd een reden om niet meer te rijden?
Niet altijd, maar het is wel een reden om het uit te zoeken. Het symbool in het instructieboekje vertelt je hoe dringend het is. Bij twijfel laat je het uitlezen voordat je verder rijdt.
Hoe vaak moet ik zo’n controle doen?
Een keer per half jaar is genoeg als je de auto wilt houden. Overweeg je te verkopen, doe het dan een keer grondig en schrijf het op. Dat geeft je rust en een duidelijk beeld.
